Last van burn-out

Het vuur is uit, de veer geknakt, de batterij leeg … Deze woorden en beelden worden gebruikt om een burn-out te beschrijven. Bij een burn-out voel je je moe, doodmoe. En of je nu manager bent in een groot bedrijf, leerkracht, arbeider, schoonmaker of huisman/-vrouw: elke vorm van werk kan tot een burn-out leiden. De coronacrisis heeft heel wat stresserende veranderingen met zich mee gebracht, op het werk zelf, maar ook buiten het werk. Dit is uitputtend, waardoor ook het risico op burn-out groter wordt.

Maar wat is dat nu eigenlijk, een burn-out?
Wat is het verschil tussen burn-out en vermoeid zijn?
Gaat het alleen over de balans tussen werk en vrije tijd?
En is het iets typisch van deze tijd?

Wat kan je er (zelf) aan doen?
En hoe kan je het voorkomen?

Meer weten?

Wat is burn-out?

Volgens de Hoge Gezondheidsraad is er bij burn-out voor lange tijd een gebrek aan evenwicht tussen jouw inzet en wat je ervoor terugkrijgt. Met als gevolg: je geraakt (emotioneel) uitgeput. Daarnaast kan een burn-out ontstaan wanneer de dingen die jij belangrijk vindt in je job niet overeenkomen met de ideeën van je werkgever.

Soms stelt je werk veel en hoge eisen: strakke deadlines, tegenstrijdige rollen of taken die je moet vervullen ... Maar zolang je het gevoel hebt dat dit iets oplevert en/of je voldoende energiebronnen hebt (zoals steun, mogelijkheden tot feedback), is er niet zoveel aan de hand.

Tijdens de coronacrisis lijken de hoge eisen (op korte tijd moeten overschakelen naar thuiswerk, opstapeling van werk en veiligheidsmaatregelen op de werkvloer) niet altijd meer in evenwicht met zaken waar je energie uit kan halen (er is bv. minder zichtbare sociale steun wanneer je thuiswerkt).

Een burn-out ontstaat wanneer je energie niet meer kan worden aangevuld. Stilaan geraak je opgebrand, uitgeput. Het is te vergelijken met een vuur dat uitdooft wanneer het hout niet meer wordt bijgevuld. Je kunt niet meer, maar bent ook minder gemotiveerd (je wilt niet meer). Een burn-out is dus meer dan stress of (tijdelijke) vermoeidheid ervaren in drukke tijden.

Wat in je privéleven gebeurt, kan de ontwikkeling van een burn-out versnellen of versterken. Naast werknemer ben je misschien nog ouder, partner, mantelzorger … In al die rollen worden dingen van jou verwacht. En soms ligt de lat ook daar hoog. Misschien heb je schulden of stress door andere privéproblemen, of door de coronamaatregelen.

Gelukkig kan je een aantal dingen doen om een burn-out te voorkomen, maar ook wanneer je al signalen vertoont. Met de tools op deze website zetten we je al op weg.

Wat zijn mogelijke signalen van een burn-out?

De volgende signalen (oorspronkelijk beschreven door wetenschapper Christina Maslach) kunnen wijzen op een burn-out:

  • lichamelijke uitputting (je lichaam is moe) en geestelijke uitputting (je voelt je `op´);
  • afstand nemen van het werk, de collega´s en/of de klanten (door bv. spottend en met wantrouwen te reageren), minder motivatie voor het werk;
  • gevoelens van weinig te kunnen en/of te bereiken.

Het kenmerk van uitputting staat centraal in een burn-out.

De laatste jaren spreekt de onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van de KU Leuven ook over de volgende signalen van een burn-out:

  • problemen met je geheugen, aandacht en concentratie waardoor je meer fouten maakt;
  • sterke emoties waar je geen controle over hebt (woede, huilbuien);
  • depressieve klachten (somberheid, schuldgevoelens);
  • spanningsklachten (slaapproblemen, nekpijn, rugpijn, maag- en darmklachten …)

Let op! Dit is geen complete lijst en is niet bedoeld om een diagnose te stellen.

Herken je een aantal zaken? Jijzelf voelt het beste aan of deze klachten de laatste tijd erger zijn of meer voorkomen. Heb je het gevoel dat dit geen gewone vermoeidheid meer is en dat je er zelf niet meer uitkomt? Misschien is er sprake van burn-out. Aarzel niet om erover te spreken met vrienden en/of familie, of om hulp te zoeken. Dat is echt oké!

Wacht niet tot het te laat is. Vraag meteen hulp of ondersteuning op je werk. Soms kunnen bepaalde dingen worden aangepast, zoals een deadline verschuiven, meer feedback krijgen … Vraag dat na bij je leidinggevenden, de hr-manager of de bedrijfsarts/preventieadviseur. Het kan jou misschien al wat rust geven.

De ontwikkeling van een burn-out

Een burn-out komt er niet plots: het is een geleidelijk proces. Een burn-out kan ontstaan wanneer mensen jarenlang te hard hebben gewerkt en daarbij niet genoeg kansen hadden om te herstellen. Wanneer je erg plichtsbewust bent, de lat heel hoog legt en moeite hebt met het stellen van grenzen (naast een veeleisende (werk)omgeving), kan dat ook een burn-out in de hand werken. Overigens kan je ook op andere gebieden in je leven een burn-out ontwikkelen. Zo is er alsmaar meer onderzoek naar burn-out bij ouders die uitgeput raken bij de zorg voor en opvoeding van hun kinderen.

Wanneer je een burn-out in de werkomgeving ontwikkelt, zul je gaandeweg verandering ervaren. In het begin ben je gemotiveerd, en werk je hard en veel. Maar doordat je zo hard werkt, is er minder tijd voor ontspanning en sociale contacten. Je begint te piekeren over het werk en slaapt minder goed.

Je wordt moe, begint dingen te vergeten en er ontstaan irritaties/ruzies op het werk en thuis. Op een bepaald moment word je verbitterd en neem je afstand van je werk en andere mensen.

Je bent minder gemotiveerd om te gaan werken en je twijfelt aan het nut van je werk. Je kunt ook het gevoel krijgen niet meer jezelf te zijn. Later kan je last krijgen van depressieve of andere geestelijke en lichamelijke klachten. Uiteindelijk kan een burn-out je het gevoel geven dat je niets meer kan en tot slechtere prestaties op het werk leiden. De klachten/signalen van een burn-out moeten trouwens niet altijd in dezelfde volgorde voorkomen zoals hier beschreven.

Het is belangrijk om deze gevoelens, gedachten en ervaringen onder ogen te zien. Zo niet, dan dreigt een beginnende burn-out misschien over te gaan in een echte.

Wat kan je doen aan een (beginnende) burn-out?

Je voelt je moe en wil in eerste instantie misschien gewoon wat meer begrip of ondersteuning krijgen van je partner, collega´s of werkgever. Alleen heb je dat niet altijd zelf in de hand. We zetten je op weg met dingen die je zelf kan doen bij een (dreigende) burn-out.

Allereerst: voorkómen is beter dan genezen. Veel dingen die je kan doen zijn belangrijk om een burn-out te voorkomen, maar ook wanneer je al symptomen hebt:

  • Neem genoeg tijd voor rust en plan herstelmomenten in.
  • Beweeg voldoende.
  • Kaart problemen op tijd aan op het werk, of vraag hulp aan vrienden of familie.

Je bent het waard om goed voor jezelf te zorgen!

Wanneer je met een burn-out kampt, kan je de volgende zaken ondernemen:

  • Leer anders plannen:
    • Bouw rust in en neem afstand van datgene dat je heeft uitgeblust. Dat betekent trouwens niet dat je altijd in de zetel moet gaan liggen. Tot rust komen (door bv. ontspanning, het toepassen van mindfulness …) kan je leren.
    • Plan fijne activiteiten in.
  • Neem tijd om je gevoelens van falen, boosheid, angst, teleurstelling ... een plek te geven en ze te leren accepteren.
  • Leer anders omgaan met stress.
  • Leer je grenzen aangeven en zeg soms ook eens `nee´.

Door hiermee aan de slag te gaan voordat je vlam is gedoofd, kan je als het ware bijtanken en ervoor zorgen dat je vlam blijft branden. Maar blijf realistisch: de ene dag zal het beter gaan dan de andere. En dat is heel normaal.

Burn-out: typisch voor deze tijd?

Heel wat mensen hebben tegenwoordig te maken met een burn-out. Uit een onderzoek van KU Leuven blijkt dat ongeveer 1 op de 6 werkende mensen burn-outklachten heeft of gevaar loopt om een burn-out te ontwikkelen. Ook hier hoor je de laatste tijd alsmaar meer over.

Maar komt een burn-out eigenlijk meer voor dan vroeger?

Om die vraag te beantwoorden, gaan we best even in de tijd terug. Het was de wetenschapper Freudenberger die in de jaren ´70 burn-out als een van de eersten op een wetenschappelijke manier onderzocht. In het begin gebeurde onderzoek vooral in mensgerichte beroepen, zoals bij dokters, verplegers en leraren. Sindsdien zijn er alsmaar meer (wetenschappelijke) artikelen over burn-out verschenen in allerlei `beroeps´groepen (atleten, arbeiders, studenten …). Doordat burn-out steeds meer onderzocht wordt bij verschillende mensen, krijgen we de indruk dat het vandaag méér voorkomt.

Daarnaast is er de laatste jaren heel veel veranderd in de manier waarop we werken. Vroeger werkten mensen voornamelijk met de handen. Tegenwoordig is dat vooral met het hoofd, dankzij de vooruitgang in de technologie, het opkomen van de computer … Er wordt alsmaar meer van ons verwacht: we moeten samenwerken, problemen oplossen, voor onszelf opkomen op het werk … Omdat we door het internet altijd en overal kunnen werken, moeten we ook leren om een gezonde balans te bewaren tussen werk en privé/vrije tijd. Ten slotte werken mensen minder lang voor eenzelfde bedrijf en zijn ze meer onzeker over het voortbestaan van hun job. Al die zaken kunnen stress en een burn-out in de hand werken.

Of burn-out meer voorkomt dan vroeger kunnen we niet met zekerheid zeggen. Wat we wel kunnen zeggen, is dit: er is vandaag meer aandacht voor en onderzoek naar burn-out. In combinatie met een andere manier van werken lijkt het in ieder geval zo dat burn-out de laatste jaren meer voorkomt.

Burn-out en bore-out: verschillen en overeenkomsten

Hoewel het niet zo bekend is als burn-out, heb je er misschien al van gehoord: een (job) bore-out. In het geval van een bore-out zit je in een weinig stimulerende/uitdagende en plezierige werkomgeving. Het gevolg is dat je weinig motivatie hebt en weinig interesse in dingen. Je hebt geen doel.

We zien al meteen de overeenkomsten en verschillen met een burn-out. Waar bij burn-out sprake is van te veel belasting op het werk, is er bij een bore-out te weinig belasting. Verder zijn er nog deze overeenkomsten tussen burn-out en bore-out:

  • Je hebt weinig motivatie (meer) om te werken.
  • Je voelt je niet gelukkig en bent gevoelloos/futloos.
  • Je neemt afstand van het werk (je voelt een weerstand en trekt je terug).

Eerst werd gedacht dat een bore-out ontstaat wanneer je altijd dezelfde taken krijgt op het werk. Maar nu is men van mening dat een bore-out in verschillende jobs kan ontstaan. Bijvoorbeeld in jobs waar je weinig controle hebt over het werk. Ook wanneer je lange tijd je competenties niet kan inzetten kan een bore-out ontstaan. Je voelt je ontevreden, gefrustreerd en hebt het gevoel dat de tijd voorbij kruipt. Je let minder goed op en bent vaker met andere dingen bezig.

Wat kan je hier nu aan doen?

Daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. Maar een job zoeken die meer overeenkomt met je capaciteiten, is waarschijnlijk een van de oplossingen.

Burn-out en bevlogenheid

In ander onderzoek staat burn-out tegenover bevlogenheid: enthousiast zijn over en op het werk. Waar burn-out kenmerken heeft van uitputting, spottend reageren en denken dat je weinig kan of bereikt, wordt bevlogenheid beschreven als veel energie/doorzettingsvermogen hebben, betrokken zijn bij/opgaan in het werk en er vertrouwen in hebben dat je bepaalde taken wel kan uitvoeren.

Waar veel en hoge eisen bijdragen aan een burn-out, zorgen energiebronnen (zoals sociale steun, variatie in de job, keuzevrijheid en feedbackmogelijkheden) ervoor dat je meer bevlogen bent en blijft. Ook optimistisch blijven en fouten zien als iets `wat er nu eenmaal bijhoort´ is belangrijk om gemotiveerd en betrokken te blijven. De energiebronnen werken als `buffers´: ze zorgen dat de eisen op het werk minder snel leiden tot een burn-out.

Bevlogen zijn kan ervoor zorgen dat mensen minder vaak ziek thuis blijven van het werk, dat de prestaties op het werk verbeteren en dat mensen meer nieuwe dingen willen leren. Vanuit deze positieve insteek wordt daarom tegenwoordig vaak gekeken naar hoe bevlogenheid op de werkvloer kan worden verbeterd (in plaats van hoe burn-out kan worden verminderd). Aangezien er steeds meer van werknemers verwacht wordt, is het belangrijk dat we gemotiveerd en betrokken blijven bij het werk. Mogelijke manieren om hieraan te werken:

  • Neem uitdagende, complexe taken aan in combinatie met voldoende feedback en sociale steun. Hier heb je echter zelf niet altijd controle over, dus dit zal ook op je werk bekeken moeten worden.
  • Leer hoe je optimistisch en veerkrachtig kan zijn. Want dat kan je bevlogenheid vergroten.
  • Leer om persoonlijke doelen te stellen en zet sterktes op het werk op een nieuwe manier in.
  • Leer van welke activiteiten je het beste herstelt na een werkdag.

Iemand anders helpen?

Ben je bezorgd om iemand in je omgeving? Wil je weten hoe je iemand kan ondersteunen om zich goed te voelen? Ontdek hier wat je kan doen.