Optimisme kan je leren

Is het glas half leeg of half vol? Ben jij een optimist of zie jij vooral de negatieve kant van een verhaal?

Sommige mensen zien altijd de zonnige kant van het leven, ook al gaat het even niet zo goed. Anderen zijn eeuwige piekeraars, of mopperen of klagen veel. Recent onderzoek toont aan dat het helemaal niet zo zwart-wit moet zijn. Positief denken kan je leren! Maar het vraagt wel wat oefening.

We leggen hier het verschil tussen een optimistische en pessimistische manier van denken even uit. Zie je het verschil? De manier van denken is net omgekeerd. Probeer dat nu zelf even. De meeste mensen moeten deze voorbeelden een paar keer lezen voor het helemaal duidelijk wordt. Dus kijk bij twijfel gerust nog even naar de tabel!

Hoe een PESSIMIST denkt ...
Bij negatieve gebeurtenissen (Je hebt je deadline op het werk gemist.)
Bij positieve gebeurtenissen (Je krijgt een complimentje.)

Algemene factoren
"Ik kan niks echt goed."

  • Veralgemenen: het geldt voor alles
  • Vaststaand: het kan niet veranderen
  • Zwart of wit met niets ertussen

Specifieke factoren
"Dat was even een momentje geluk hebben."

  • Afhankelijk van het moment
  • Geen algemene regel
  • “Nu is dat zo, maar op andere momenten is het anders.”

Blijvende factoren
"Het gaat ook nooit goed met mij."

  • Permanent, het zal zo blijven
  • ‘Altijd’ en ‘nooit’

Tijdelijke factoren
"Dat kon ik gisteren, maar dat lukt normaal nooit."

  • Het gaat voorbij
  • Toevalstreffer

Interne factoren
"Ik deug nergens voor."

  • Binnen jezelf
  • Het gaat over jou als persoon

Externe factoren
"Dat had niets met mij te maken."

  • Buiten jezelf
  • Het gaat niet over jou als persoon
Hoe een OPTIMIST denkt ...
Bij negatieve gebeurtenissen (Je hebt je deadline op het werk gemist.)
Bij positieve gebeurtenissen (Je krijgt een complimentje.)

Specifieke factoren
"Dit was een uitzondering, meestal kan ik het wel."

  • Afhankelijk van het moment
  • Geen algemene regel
  • “Nu is dat zo, maar op andere momenten is het anders.”

Algemene factoren
"Ik kan goed met mensen omgaan."

  • Veralgemenen: het geldt voor alle situaties
  • Vaststaand: het kan niet veranderen

Tijdelijke factoren
"Dat kan een keertje gebeuren, volgende keer beter."

  • Het gaat voorbij
  • Toeval
  • Uitzondering

Blijvende factoren
"Dat is altijd zo geweest."

  • Permanent, het zal zo blijven
  • ‘Altijd’ en ‘nooit’”

Externe factoren
"De deadline was onredelijk, ik heb mijn best gedaan."

  • Buiten jezelf
  • Het gaat niet over jou als persoon

Interne factoren
"Dat komt omdat ik een vriendelijk persoon ben."

  • Binnen jezelf
  • Het gaat over jou als persoon

Zie je het verschil? De manier van denken is net omgekeerd. Probeer dat nu zelf even. De meeste mensen moeten deze voorbeelden een paar keer lezen voor het helemaal duidelijk wordt. Dus kijk bij twijfel gerust nog even naar de tabel!

Opgelet: je bent nog niet aangemeld!

Wil je je resultaten later kunnen bekijken? Maak dan eerst een account aan.

Je kan de oefeningen ook maken zonder account, maar dan kunnen we je antwoorden natuurlijk niet bewaren.